Oven in opwarming

3 uur voor de eerste geuteling wordt gegoten, wordt de oven aangemaakt.
Hij moet immers een massa warmte-energie kunnen opslaan om tijdens het gieten een stabiele temperatuur te kunnen behouden.
Vroeger werd de buik of het welf van de oven als volgt opgebouwd: op een vooraf gemaakte ovenvloer werd een boomstronk gelegd, omgeven met spaanders, met bussels en stro tot wanneer de vorm van het gewelf werd bekomen.
 
Deze vorm werd ingestreken met leem, laag na laag, waartussen roggestro verwerkt werd   om  het geheel samen te houden.
Als de leemlagen droog waren, werd de oven "uitgebrand", door het binnenste materiaal in brand te steken.
Zo werd de oven ter plaatse gebakken.
Thans is het gewelf uit baksteen. De stenen "kop tegen kop" en zonder voegen in de oven.
De schouw zit aan de voorzijde. Het vuur wordt daar aangestoken omdat achter in de oven geen zuurstof aanwezig is. Door de opwarming krijgt men turbulentie en kan het vuur beetje bij beetje naar achter worden geschoven.
Eerst rookt de oven zwart. Wanneer hij volledig witgloeiend is (meer dan 500° C) kan het gieten beginnen.

 

Volgende:
Oventrekker - Ovenwis