Oventrekker - Ovenwis
De oventegels van 20 bij 20 cm zijn uit klei gebakken.
Ze liggen los op een zavelbed en zijn niet opgevoegd. Zo kunnen ze de uitzettingen, die door de hitte verwekt worden, opvangen.
Het oppervlak van de tegel moet gaaf zijn, zonder barst of oneffenheid, want het deeg zou er kunnen in vastkleven.
Dit zou de geuteling beschadigen wanneer hij uit de oven wordt genomen.
Als de oven voldoende heet is, wordt het brandende hout met de oventrekker langs weerszijden van de oven geschoven.
De vrijgekomen tegels worden gereinigd en afgekoeld met een ovenwis. Vroeger een paardestaart die in water werd gedoopt. Thans een natte jutezak op een stok bevestigd.
Aan de kleurschakeringen van de tegels en de snelheid waarmee het water van de jutezak verdampt, ziet de geutelinggieter of de temperatuur van de ovenvloer geschikt is.
Zo de oventegels te warm blijven, brandt de geuteling eraan.
Is de tegel te veel afgekoeld, dan kleeft de geuteling eraan.
Enkel ervaren gieters kunnen zonder "startproblemen" een oven "klaarzetten".
